Hothouse Redbad: The SUPER Trio: Dulfer, D'Wijs & Engels

Zaterdag, 26 april 2008
Spontane jaz tussen gospel en calypso
Plaats: De Harmonie, Leeuwarden. Gebeurtenis: concert van The Super Trio met tenorsaxofonist Hans Dulfer, Hammond-organist Carlo D’Wys en drummer John Engels Belangstelling: 290 personen (uitverkocht).

LEEUWARDEN - Het slotconcert van jazzstichting Hothouse Redbad had een bijzonder karakter. Natuurlijk, tenorist Hans Dulfer, drummer John Engels en organist Carlo de Wijs (D'Wys, met het oog op een eventuele internationale doorbraak) spelen vaker in deze contreien. Maar in deze combinatie heeft u ze vast nog nooit gezien. Op uitnodiging van Hothouse sloegen deze drie cracks de handen immers eenmalig ineen. 's Middags wat repeteren en 's avonds, hup, blazen met die handel.

Op die manier werden er een paar jazztradities tegelijk nieuw leven ingeblazen. Ten eerste die van de spontane jamsessie: toevallige combinaties die, liefst in de kleine uurtjes tot ruim na eventuele officiële sluitingstijden, nieuw terrein aanboren. En dan is er het aloude orgelcombo: als vanouds bestaande uit een drummer, een gitarist en een Hammond-organist, vaak aangevuld met een lekker vette noten bakkende tenorist. Die gitaar werd gisteren een beetje gemist: waar is Anton Goudsmit als je hem nodig hebt?

In hogere jazzkringen werd eigenlijk altijd een beetje neergekeken op zulk soort orgeljazz: teveel stinkend naar aardse genoegens en vuige danskroegen. Maar het orgel heeft ook een andere kant, zoals bleek uit De Wijs' solostuk 'Spirit. En daar was ie al: de aloude gospel, van het soort waarbij het goed in de handen klappen en 'amen' roepen is. Ook elders in het repertoire doken zulke gospeltrekjes op. Tot en met een uiterst godsvruchtig lied van blueszanger Leadbelly, die als meervoudig moordenaar menige gevangenis van binnen zag.

Dat is de dubbelzinnigheid die goede jazz nu eenmaal eigen is. De kerk is er evengoed de kraamkamer van als het bordeel. Dulfers belangrijkste rolmodel, de legendarische tenorist Sonny Rollins, leverde zowel het van gospel-ondertonen vergeven 'Doxy' als een lichtvoetig calypso-wijsje, en deze mannen maakten er steevast vurig groovende muziek van.

Want natuurlijk koos dit eenmalige muzikantenkransje voor enigszins bekend materiaal. Maar zelfs daarmee kun je een verrassende vuistslag uitdelen. Want neem nou het overbekende, lichtelijk banale 'Besame mucho': wie verwacht nou zoiets van een driemanschap helden-van-de-moderne-jazz? Nou, Dulfer blaast het heel eenvoudig naar de eeuwigheid en D’Wys en Engels weten er zowaar nog erg spannende, duistere ondertonen uit te peuren.

Dat er in het openingsstuk een beetje wederzijds werd afgetast, mag gegeven de omstandigheden geen wonder heten. Maar vanaf het tweede stuk, een fors opgerekt 'Doxy', zat het vuur erin en werd er onbekommerd gejamd op uiterst groovy grondslag. Jazz als puur spontane kunstvorm.

JACOB HAAGSMA



Maandag, 28 april 2008
Communicatie en plezier in afsluiting van het seizoen
HESSEL FLUITMAN

LEEUWARDEN - Voor het afsluitende concert van dit seizoen, hadden Ben en Greetje Scheper drie musici uitgenodigd om samen te komen spelen. Tenorsaxofonist Hans Dulfer had geen bezwaar, hammondorganist Carlo D'Wys zag het wel zitten en drummer John Engels wil altijd wel spelen. Drie totaal verschillende musici die maar zelden hadden samengespeeld. Een klein avontuur. Ervaring en communicatie speelden deze avond de hoofdrol als basis. Aan de ene kant werd het een lekker droog jazzconcert met Dulfer in vorm, daar tegenover was het een groovy en swingend concert als Carlo de Wijs meedraaide. John Engels had de ondankbare rol om te begeleiden. Met zijn ruim vijftig jaar ervaring werd dat een feest. Reageerde alert en to the point. Voelde de ruimte prachtig aan en had samen met Dulfer de blues uitstekend in de vingers. Tegen het eind van het concert telde Hans Dulfer nog in het applaus af, brulde 'A' train en het trio zette meteen Strayhorns compositie in. Na het thema wees de saxofonist meteen naar de slagwerker: solo! John Engels keek hem verbaasd aan, in de geest van: Wat maak je me nou! Maar zijn handen waren al met ter zake doend slagwerk aan de gang. Later in het stuk kreeg hij op de reguliere plek nogmaals de ruimte om zijn visie op de tune van het Ellington orkest uiteen te zetten.

Dulfer was zichzelf, speelde gewoon lekker de stukken door, improviseerde beheerst en bleef dicht bij de thema’s. Resultaat: waardevolle schoonheid. Zelfs het afgekloven Besame Mucho kreeg daarmee weer wat van zijn glans terug. De slagwerker gaf in dit stuk opnieuw een staaltje van zijn kunnen weg door het liedje in zijn solo herkenbaar te houden.

Carlo D'Wys schopte bij het opkomen zijn gympen uit en zijn blote voeten werden het vierde lid van het trio: daarmee speelde hij de baspartij op de pedalen. Hij was niet alleen met de toetsen bezig om muziek te maken. De schuifjes voor klankkleuren en volume werden voortdurend razendsnel en heel subtiel aangepast. De Wijs had sinds kort een vocoder, waarmee zijn stem in de hammond kon worden gevoerd en zijn zang vervormd met de melodie meeklonk. Ook weer een kleuring van het geluid.

Omdat dochter Dulfer wel eens op een cd van de organist had meegespeeld in een gospel, vond  vader Hans dat hij dat ook maar eens moest doen. Daarvoor zette hij Leadbelly’s  Take this Hammer in. Voor alle duidelijkheid zong hij het refrein. Begeleid door een in het geluid zwemmend orgel, werd deze gospel een eerbewijs aan een van de voorgangers van de Amerikaanse folktraditie. Al met al een bijzonder slotconcert van een seizoen waarin de concerten van Hothouse Redbad goed bezocht werden. Dulfer treedt op vijf mei nogmaals en dan met zijn eigen groep in Leeuwarden op, bij het Ruiterkwartier.

Concert: Hans Dulfer, Carlo D'Wys & John Engels
Plaats: Harmonie, Leeuwarden
Belangstelling: 275 bezoekers


Groepsinfo | Aankondiging | Concertfoto's
Home | Concerten | Foto's | Recensies | Nieuws | Historie | Links | Gastenboek