|
HESSEL FLUITMAN LEEUWARDEN - Voor de afsluiting van het seizoen van Hothouse Redbad was altsaxofonist Benjamin Herman uitgenodigd met zijn kwartet waarin Hammondorganist Carlo de Wijs mede excelleert, samen met gitarist Jesse van Ruller. De 'drummer van dienst' was Cyrille Directie. Een scherpe slagwerker, die met stevig pop-georiënteerd slagwerk achter de drie solisten, krachtig bijdroeg aan een heftig avondje jazz. Bij de opening van de avond meldde voorzitter Ben Scheper, dat de stichting voor volgend jaar een mooi nieuw programma heeft samengesteld. Dat het programma ook kan worden uitgevoerd is te danken aan de provincie Fryslân en de gemeente Leeuwarden, want het rijk heeft Hothouse Redbad had met zo’n zeventienduizend euro gekort. Voor de pauze speelde het kwartet van Benjamin Herman licht en scherp. Afwisselend rockend en bluesy. Fee Mee, Chinees voor grote meid, werd met Chinese klanken zorgvuldig door Jesse van Ruller ingeleid. Op het moment dat Herman het heft in handen nam, rockte het direct. Met hulp van het machtige Hammond B3 orgel van Carlo de Wijs, rolde er een imposante stroom noten over het publiek heen. Daarmee verdween Jesse van Ruller eigenlijk van het toneel. Niet letterlijk, maar doordat De Wijs en Van Ruller in het zelfde geluidsspectrum zaten, was de gitaar nagenoeg niet meer te volgen. De Hammond won het jammer genoeg overtuigend. Benjamin Herman zette met twee van zijn composities, nog een paar legendarische, maar niet zo bekende dames in het floodlight: Sherry Britton kreeg in de vorm van een ballad een mooi portret. De altsaxofonist meanderde lichtvoetig en met veel gevoel door het thema. Bij de volgende dame, Tempest Storm, zette hij daarentegen een knallende versie neer van een compositie die in de verte wat weg had van Paint it Black. Het stuk werd door Herman afgerond met een gierend einde, doordat hij met een microfoon voor de boxen zwaaide. Het slotstuk van de eerste set werd ingeleid door een fantastische feature van Carlo de Wijs. Hij creëerde op zijn Hammondorgel een schitterend muzikaal bouwwerk, dat hij bijna klassiek opbouwde. Opnieuw zorgde Benjamin Herman voor een verandering van sfeer, toen hij achter de microfoon plaatsnam: nu speelde hij een fantastische trage blues, die zijn weerga niet had: Slow 16. Hier kreeg Van Ruller ook de gelegenheid om te soleren. Het kwartet sloot het concert af met wat Herman het leukste stuk van de avond noemde: de Alligator Boogaloo van Lou Donaldson. Een lekker gemakkelijk stuk, dat in al zijn eenvoud een meeslepend slot breide deze avond en tevens aan het Jazzseizoen van Hothouse Redbad. i. Benjamin Herman Quartet in de Harmonie in Leeuwarden, 207 bezoekers. |